Archief Impresariaat
32 jaar literaire lezingen in het AG
Oktober 1976 – januari 2008
In mei 1976 richtte de aftredende voorzitter van het AG zich in een brief tot de leden over “het zijn en wezen van het Academisch Genootschap” en werd “een aantal groepen van actie” voorgesteld waaronder “een Impresariaat dat op zoek zou gaan naar creatieve activiteiten” die hun auteurs binnen het AG “willen presenteren ter toetsing van hun prestatie aan een publiek”.
Zijn opvolger nam actie en verzocht enige daartoe geëigende leden om iedere maand op het eind van de zaterdag, van vijf tot zeven, een culturele activiteit te bieden waar men desnoods in tuinkleren naar toe zou kunnen. Muziek was er al en schilders zijn niet zulke praters. Gekozen werd er daarom voor een “woordspeler; een schrijver of dichter met een eigen verhaal of boek”.
En zo hield op 2 oktober 1976 Cees Buddingh’, ingeleid door burgemeester Van der Lee, de eerste literaire lezing op het AG. de belangstelling was gewekt. En het het sprekersaanbod werd zeer gevarieerd. Behalve schrijvers en dichters ook recensenten, vertalers, letterkundigen, vertellers over reizen, journalisten, cabaretiers, uitgevers….
Het aantal lezingen per jaar was ook verschillend met als hoogtepunt 10 in 1991. Sinds 1998 is het aantal steeds 9, elke maand behalve in de vakantie en in december. Op 18 november 2006 vond de 250e bijeenkomst plaats. Wij willen hier die optredens nog eens in de herinnering terugroepen.
Misschien bent U er wel meermalen bij geweest.
1976
okt - Cees Buddingh’ ; dec - Irene Dikkers (Kerstmis)
1977
jan - Judicus Verstegen; feb - Kabaret Hoeraak; apr - Tom Brouwers (Eindhovens Dagblad); mei - Anton Koolhaas; okt - An Rutgers van der Loeff-Basenau; nov - K.L. Poll (Hollands Maandblad); dec - C. de Jong-Stolle (Muziek)
1978
jan - Rinus Ferdinandusse; feb - Barbara van Zwieten (Moskou); mrt - J. Bernlef I; apr - M.R. van Alphen de Veer I (Virginia Woolf); mei - Theaterwerkgroep Bij Leven en Welzijn; sep - Ben Ullings (Schouwburg); okt - Hella Haasse; nov - B. Combée (China); dec - Maarten Biesheuvel
1979
feb - Adriaan van der Veen; mrt - Dolf de Vries; okt - Inez van Dullemen I; nov - Konrad Merz; dec - Annemie McGillavry
1980
jan - Prof. H. Brugmans (Europa) ; feb - Edgar Cairo ; mrt - Mary Dresselhuys & A. Viruly; sep - Guus Kuijer; okt - Barber van de Pol I; nov – Belcampo; dec - Albert Vogel (Couperus)
1981
jan - Judith Herzberg I; feb - Herman Pieter de Boer I; mrt - Paul Kluwer (uitgever); apr - Pierre Dubois ; mei - Prof. Lou de Jong; sep - Mia Meyer (toneel); okt - Andreas Burnier; nov - Prof. I.J. Brugmans
1982
jan - Hans Goddefroy; feb - Willem Brakman I; mrt - Prof. Fred L. Bastet I (Ida Gerhardt); apr - Yvonne Keuls; mei - Boudewijn Büch; sep - Kester Freriks I; okt - Tine Ruysschaert; nov - Thea Beckman
1983
jan - Een Lezer (Evert van Imhoff); feb - De Taal (Prof. Jan Bakker); mrt - Eppo Jansen (journalist); apr - Pjeedepoel (columniste); mei - Prof. L. Somers & Dr. F. Korsten (James Joyce); sep - Ernst van Altena; okt - Drs. O.L. Bouma (oosterse schilderkunst); nov - Judith Herzberg II
1984
jan - Wam (Dr. W.A.M.) de Moor; feb - Frits Stoepman (boekenvormgever); mrt - M.R. van Alphen de Veer II (Jakob van Domselaer jr); apr - A.F.Th. van der Heijden; mei - Tessa de Loo; sep - Elisabeth Keesing; okt - P.C. Uitdenbogaart; nov - J.P. Guépin & Fritzi Harmsen van Beek (erotische geloften)
1985
jan - Astrid Roemer; feb - J. Bernlef II; mrt - Mr. P. Cleveringa & S. Tromp Meesters; mei - Leon de Winter I; sep - A. Korthals Altes; okt - Mies Bouhuys I
1986
jan - Mischa de Vreede I; feb - Hermine de Graaf I; mrt - Lizzy Sara May; apr - Dirk Ayelt Kooiman; mei - Tom Pauka; sep - Koos van Zomeren I; okt - Hannes Meinkema; nov - Thomas Rosenboom I
1987
jan - Marijke Höweler; feb - Mies Bouhuys II; mrt - August Willemsen; apr - Hans Visser (Vestdijk); mei - Annie van den Oever; sep - Bob den Uyl; okt - Elly de Waard I; nov - Mensje van Keulen I
1988
jan - Pieter Hagers (Dikke Van Dale); feb - Adriaan Litzroth; mrt - Margaretha Ferguson; apr - Jean Pierre Rawie I ; mei - Renate Dorrestein I ; sep - Johan Polak (uitgever) ; okt - Kirill Gradov; nov - Carolijn Visser I
1989
jan - Kristien Hemmerechts I; feb - Prof. Fred L. Bastet II (Couperus); mrt - Prof. P.C. Paardekooper (het A.B.N.); apr - Lou Vleugelhof I; mei - Ed Leeflang (in de tuin); sep - Martin Ros I; okt - Lisette Lewin; nov - Jan Siebelink I
1990
jan - Barber van de Pol II; febr - Kester Freriks II; mrt - Peter van Straaten (met tentoonst. cie); apr - Leo Pleysier; mei - Margriet de Moor; juni - Wiet Kühne; sep – Hellema; okt - Elizabeth Stranders; nov - Yvonne Kroonenberg
1991
jan - Jan Fontijn (Frederik van Eeden); mrt - Emma Huismans; mrt - Ida Vos ; apr - Marita Mathijsen ; mei - Aad Nuis; jun - Drs. Max de Haan; sep - Connie Palmen I; okt - Wanda Reisel I; nov - Ton Anbeek (Mulisch, Komrij); dec - Lou Vleugelhof II
1992
jan - Doeschka Meijsing; feb - Leon de Winter II; mrt - Charlotte Mutsaers; apr - Koos van Zomeren II; mei - Rogi Wieg I; sep - Willem Brakman II; okt - Nelleke Noordervliet I; nov - Maarten van den Elzen (AG-kunstprijs 1992)
1993
jan - Annemieke van Drenth (zorg om Philipsmeisje); feb - Cas de Stoppelaar; mrt - Dorinde van Oort I; apr - Stephan Sanders; mei - Greet Geeven (mode); jun - Bas Heijne I; sep - Jef Geeraerts; okt - Lieve Joris; nov - Paul Biegel
1994
jan - G.W.B. Borrie (Monne de Miranda); feb - Dorinde van Oort II; mrt - Carl Friedman; apr - Aya Zikken; mei - Huberte Vriesendorp (vertalingen); jun - Helga Ruebsamen I; sep - Hermine de Graaf II; okt - Mischa de Vreede II; nov - Jan Cartens
1995
jan - Rob van Erkelens; mrt - Marion Bloem; mei - Jean Pierre Rawie II; jun - Christine Kraft; sep - Adriaan Morriën; okt - Joost Zwagerman; nov - Tjitske Payens
1996
jan - Marijke van Hooff; feb - Harm Botje; mrt - Connie Palmen II; apr - Marjan Berk; jun - Miriam Guensberg; jun - Kristien Hemmerechts II; sep - Rascha Peper; okt - Kader Abdolah I; nov - Jan Brokken
1997
jan - Rogi Wieg II; mrt - Frans van Dooren (Dante); apr - Lydia Rood; mei - Geert Mak; jun - Monika van Paemel; sep - Maria Stahlie; okt - Herman Pieter de Boer II; nov - Joke van Leeuwen
1998
jan - Lulu Wang; feb - Manon Uphoff I; mrt - Mensje van Keulen II; apr - Naima El Bezas; mei - P.F. Thomése I; jun - Martin Ros II (in de tuin); sep - Willem Jan Otten; okt - Overijsselse havezaten (A.J. Gevers & A.J. Mensema); nov - Carolijn Visser II
1999
jan - René Appel I; feb - Barber van de Pol III; mrt - Conny Braam; apr - Basha Faber; mei - Cynthia McLeod; jun - Eric de Kuyper; sep - Henk van Woerden; okt - Arthur Japin; nov - Moses Isegawa
2000
jan - Elisabeth Nobel; feb - Fleur Bourgonje; mrt - Chrisje en Kees Brants; apr - Helga Ruebsamen II; mei - Bert Keizer; juni - Mizzi van der Pluym (uitgever); sep - Pauline Slot; okt - Ton van Reen; nov - Kees van Beijnum
2001
jan - Karel Glastra van Loon; feb - Martin van Amerongen; mrt - Vonne van der Meer; apr - Nelleke Noordervliet II; mei - Eva Gerlach; jun - Els de Groen; sep - Jan Siebelink II; okt - Herman Pleij; nov - Carry Slee
2002
jan - Khalid Boudou; feb - Wanda Reisel II; mrt - Renate Dorrestein II ; apr - Ellen Ombre ; mei - Hans Maarten van den Brink; jun - Jasper Mikkers; sep - Saskia van der Valk; okt - Inez van Dullemen II; nov - Désanne van Brederode
2003
jan - Koos van Zomeren III; feb - Adelheid van Beuningen; mrt - Nicolaas Matsier; apr - Frank Westerman; mei - Gerard van Westerloo; jun - Chaja Polak; sep - Annejet van der Zijl; okt - Hans Vervoort; nov - Kristien Hemmerechts III
2004
jan - Allard Schröder; feb - Romke van de Kaa; mrt - Jan van Aken; apr - Wim Daniëls; mei - Robbert-Jan Henkes & Erik Bindervoet; jun - René Appel II ; sep - Bas Heijne II ; okt - Elly de Waard II ; nov - Tomas Lieske
2005
jan - Margot Dijkgraaf ; feb - Fik Meijer ; mrt - Manon Uphoff II ; apr - Thomas Rosenboom II ; mei - Edward van de Vendel & Fleur van der Weel ; jun - Stijn van der Loo ; sep - Annelies Verbeke; okt - Hagar Peeters; nov - Geert van Istendael
2006
jan - Ewoud Sanders ; feb - Thomas Verbogt ; mrt - Jacques Vriens ; apr - P.F. Thomése II; mei - Marcel Möring; jun - Peter Nijssen (Lewis Carroll); sep - Stefan Brijs; okt - Pieter Steinz; nov - Nina Targan Mouravi (Fjodor Toettsjev)
2007
jan - A.Th. van Deursen; feb - L.H. Wiener; mrt - Wim Hazeu; apr - Tommy Wieringa;
mei - Lucette ter Borg; jun - Margriet Heymans; sep - Marjolijn Februari;
okt - Bibi Dumon Tak; nov - Kader Abdolah
2008
jan - Astrid Lampe; feb - Piet Emmer; mrt - Maarten en Frank Meester; - apr - Jona Lendering; juni - Riemer Reinsma; sept - Bernlef; okt - H.H. ter Balkt; nov - Floris Cohen
-------------------------------------------------------------------------
19 januari 2008 - Astrid Lampe
Astrid Lampe, geboren in Tilburg in 1955, nu woonachtig in Utrecht, schrijft poëzie (en proza).
In 1997 debuteerde ze bij uitgeverij Querido met de bundel Rib. Deze bundel werd in datzelfde jaar genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. De twee daarop volgende bundels, De sok weer aan (2000) en De memen van Lara (2002), werden allebei genomineerd voor de VSB-poëzieprijs.
Werk van Astrid Lampe werd gepubliceerd in De Revisor, De Zingende Zaag, Surplus, Yang, de Poëziekrant en Tirade.
Piet Gerbrandy zei over haar werk: “regels als deze draag je met je mee.” (De Volkskrant, 22-9-2000). Hij doelde op de volgende regels: “ik slaap niet/ niet eer de attracties ontscheept/ weer volle toeren maken/ mijn hemel getakeld/ mijn man aan de grond/ ik slaap niet”, afkomstig uit De sok weer aan.
Over De memen van Lara schreef de jury van de VSB-poëzieprijs: “De gedichten – hoe onnavolgbaar de associaties en observaties elkaar ook opvolgen – zijn niet duister of zwaar. Integendeel, hier tinkelt heldere betekenismuziek, en dat maakt je als lezer bijzonder vrolijk.”
Over de bundel Spuit je ralkleur (2005) schrijft Ilja Leonard Pfeijffer (NRC Handelsblad): “In Spuit je ralkleur is Lampe meer dan ooit tevoren onnavolgbaar zichzelf.”
De bundel werd in 2006 bekroond met de Ida Gerhardt-poëzieprijs en in 2007 met de Schrijversprijs der Brabantse Letteren.
In het juryrapport wordt gezegd: “Astrid Lampe is erin geslaagd poëzie terug te brengen naar haar oorspronkelijke uitgangspunten. Ze zingt en verliest zich, ze mythologiseert en becommentarieert, ze verlangt en deelt de lakens uit, ze is genereus en veeleisend. Taal is in deze bundel niet alleen een vehikel van mededelingen en verwijzingen, maar ook een feestelijk hoempaorkest waarin tetterende koperblazers, ragfijne klarinetten en donderend tromgeroffel elkaar stevig in een greep houden.”
Astrid Lampe laat zich niet in een hokje stoppen. In interviews vertelde ze dat haar poëzie associatief wordt genoemd, maar dat zij in feite opzettelijk onsamenhangend schrijft.
Met de dichters F. van Dixhoorn, Marc Kregting en Lucas Hüsgen treedt Astrid Lampe met enige regelmaat op in een gezamenlijk poëzieprogramma. Het programma, Overige Bestemmingen geheten, ontvangt ook gastdichters. In het verleden waren dat bijvoorbeeld Anneke Brassinga en B. Zwaal.
Netty Bloembergen
16 februari 2008 - Piet Emmer
In 1863 werd in Nederland, als een van de laatste Europese landen na Engeland(1833) en Frankrijk(1848) de slavernij afgeschaft. In de zeventiende eeuw hadden de Hollanders een groot aandeel gehad in slavenhandel en slavenvervoer, die belangrijke bronnen van inkomsten vormden voor de republiek.
Prof.dr. P.C.(Piet) Emmer schreef daarover zijn indrukwekkende boek De Nederlandse slavenhandel 1500 – 1850 (2000) waarin dit vaak wat vergeten deel uit onze geschiedenis uitgebreid wordt belicht. In de in Nederland nu zo populaire geschiedeniscanons heeft dit onderwerp inmiddels een plaats gekregen.
In Londen, waar dit jaar het 200-jarig verbod op de slavenhandel werd herdacht maakte burgemeester Livingstone snikkend zijn excuses voor de rol van zijn stad in het Britse transatlantische slavernijverleden. Ook Tony Blair had eerder al zijn ‘diepe spijt’ betuigd.
Piet Emmer (Haarlem 1944) studeerde geschiedenis in Leiden en promoveerde in 1974 op het proefschrift Engeland, Nederland, Afrika en de slavenhandel in de negentiende eeuw. In 1991 werd hij in Leiden hoogleraar ‘Geschiedenis van de Europese expansie en van de daarmee verbonden migratie’ met de oratie Europa’s expansie in het Atlantische gebied: wandaad of weldaad?
Hij was visiting fellow aan het Churchill College in Cambridge, gasthoogleraar in Texas en Hamburg en is ondervoorzitter van de Unesco-redactieraad van de General History of the Caribbean (1999). Van zijn hand is ook The Dutch in the Atlantic Economy(1998), met H.L.M. Opdeijn schreef hij Het paradijs is aan de overzijde; internationale migratie en grenzen (1998), met Kok e.a. Slavernij en racisme, waar waren en waar zijn de kerken? (2003) en met Hans Wansink Wegsturen of binnenlaten? Tien vragen en antwoorden over migratie (2005). Sinds 2004 is hij lid van de Europese Academie van Wetenschappen, de Academia Europaea.
Prof. Emmer stelt dat geschiedenis niet alleen een wetenschap is, maar tegelijkertijd een levensinstelling. Kennis van het verleden maakt het heden en zelfs de toekomst minder vreemd en angstaanjagend. De geschiedenis van de derde wereld voegt daar nog een extra dimensie aan toe: zij laat zien hoe bijzonder het Westen is als afwijking van het Algemeen Menselijk Patroon. Uit zijn onderzoek naar de geschiedenis van de intercontinentale migratie blijkt dat culturele factoren de basis vormen voor de grote verschillen tussen het Westen en de rest van de wereld.
Het is daarom niet verwonderlijk dat veel immigranten zich niet zo heel erg makkelijk kunnen aanpassen aan onze samenleving. Zijn hier nog redelijke oplossingen mogelijk?
15 maart 2008 - Maarten en Frank Meester
‘Eerbetoon aan de Rede: wie ben ik?’, onder deze titel willen Maarten (1966) en Frank (1970) Meester samen, maar niet eensgezind, hun betoog gaan houden. De broers studeerden beiden in Amsterdam algemene literatuurwetenschap en filosofie. Maarten ging verder in Nederlands, journalistiek en schreef samen met zijn vrouw, beeldend kunstenares Sabine van den Berg, de literaire thriller Hoe de mummies verdwenen uit Wiewerd. Ook schreef hij Je moet wel van ze houden, waarin hij met een schooldirecteur spreekt over onderwijs aan kansarme jongeren. Frank verdiepte zich verder, naast zijn literaire en filosofische werk, in de muziek, gitaar, contrabas en zang, in diverse orkesten en in de Hot club de Frank.
Ayaan Hirsi Ali en Herman Philipse betogen al jaren dat we nu eindelijk eens moeten afrekenen met de onzin die religie is. Tegenover hen staan Job Cohen en Marco Borsato, die stellen dat religie mensen juist bindt en inspireert. De Gebroeders Meester, auteurs van de boeken Meesters in de filosofie (2005), Meesters in de religie (2006) en Descartes’ dochter (2007), bewandelen de derde weg: zij vinden dat je mensen ook kunt binden en inspireren door erediensten te wijden aan De Rede. Zij zullen een eerbetoon brengen aan drie goden, te weten: de god van de stad, de god van de geest en de god van de god.
Daarbij komen vragen aan de orde als ’wie ben ik in de stad?’, ‘wie ben ik op het platteland?’, ‘ben ik mijn lichaam of mijn geest?’, ‘zijn lichaam en geest van elkaar te scheiden?’, ‘bestaat god?’, ‘wie ben ik als god bestaat en wie ben ik als god niet bestaat?’. Bij het beantwoorden van die vragen zoeken de broers steun bij teksten van onder anderen Aristoteles, Walter Benjamin, René Descartes, Pim van Lommel en Charles Taylor.
De broers schrijven onder meer voor Filosofiemagazine en Bres en zijn, na een serie over religie in het dagblad Trouw, nu elke zaterdag een column Meesters in de actualiteit in de Volkskrant gestart. Voor hen is april, de maand van de filosofie, een heel drukke maand waarin ze op veel plaatsen worden uitgenodigd. Vorig jaar startten ze de erediensten, gewijd aan De Rede, in Tempels van Verlichting (boekhandels en bibliotheken). Daar gaan ze komende maand april een vervolg aan geven.
Zo te zien leken de twee broers nogal op één lijn te zitten. Maar dat is dus niet waar, ze zijn het voortdurend met elkaar oneens. Moet de ratio het tegen het gevoel afleggen? De één is streng en rationeel, de ander meer spiritueel en romantisch. Ze vertegenwoordigen zo niet alleen het conflict dat onze samenleving in tweeën deelt, zij zijn misschien ook in staat het te overstijgen. Wel krijgt de luisteraar zo twee kanten van de zaak te horen en wordt zelf gedwongen een standpunt te bepalen.
Zo hebben ze al veel optredens verzorgd en debatten geleid en door hun vaak extreme standpunten de zaken in korte tijd op scherp gezet. Kortom een uitdaging voor liefhebbers van literatuur, filosofie en debat waaraan een cabareteske sfeer niet hoeft te ontbreken.
Voor hen die hier dieper op in willen gaan wordt op onze AG-website, volgt hier nog enige voor deze voordracht interessante literatuur:
Aristoteles, Ethica Nicomachea
Walter Benjamin, Passagenarbeit
Descartes, Over de methode
Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn
Fransje de Waard, Spirituele crises
Herman Philipse, Atheïstisch manifest en De onredelijkheid van religie
Gebroeders Meester, Descartes' dochter
Charles Taylor, The Secular Age
19 april 2008 - Jona Lendering
Jona Lendering (1964) is historicus en werkt als freelancedocent oude en vaderlandse geschiedenis. Hij beheert één van ‘s werelds grootste websites op het gebied van oude geschiedenis www.livius.org
Zijn belangrijkste publicaties in de laatste jaren zijn:
Stad in marmer (2002)
Hoe zag het dagelijks leven in het oude Rome er uit? Ruim 30 vertaalde Latijnse, Griekse en Hebreeuwse teksten bieden ons een verrassend uitzicht op de talrijke antieke overblijfselen die nog altijd het straatbeeld van Rome bepalen. Stad in marmer is een onmisbare gids voor iedereen die het ware verhaal achter de archeologische resten van Rome wil kennen.
Alexander de Grote. De ondergang van het Perzische rijk (2004)
Alexander de Grote biedt ons een nieuw beeld van de Macedonische heerser. Als geen ander weet Jona Lendering door de traditionele Griekse propaganda heen te prikken, puttend uit de verrassende rijkdom van Babylonische en Iraanse bronnen. Aan de hand van talloze vertalingen uit authentieke verslagen, waaronder recent ontcijferde kleitabletten, neemt hij ons mee op reis met Alexander.
Polderdenken. De wortels van onze overlegcultuur (2005)
Vergaderen zit ons in het bloed, het maakt niet uit waar. Jona Lendering’s Geschiedenis van de Hollandse overlegcultuur verklaart hoe al die vergaderingen zijn ontstaan en welke kans van overleven ze hebben binnen het Europese verband.
Oorlogsmist. Veldslagen en propaganda in de oudheid (2006)
Een veldslag is een fysiek en psychisch uitputtende chaos die niemand lang kan volhouden. Oude beschrijvingen van veldslagen schieten per definitie te kort. Aan bod komen onder meer de Trojaanse oorlog, de val van Ninive, de zeeslag bij Salamis en Hannibal’s tocht over de Alpen.
Riemer Reinsma
Zaterdag 14 juni 2008, 17.00 – 19.00 uur
Dr. Riemer Reinsma studeerde neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam (doctoraalexamen in 1967). In 1970 promoveerde hij op een onderzoek naar toekomstbeelden in de Nederlandse literatuur.
Riemer Reinsma werkt sinds 1970 als woordenboekenmaker, eind- en hoofdredacteur en hij publiceert boeken en artikelen over taal. Voor het maandblad Onze Taal verzorgt hij de rubrieken Geschiedenis op Straat (over oude straatnamen) en de rubriek Bij wijze van zeggen (over de herkomst van uitdrukkingen en spreekwoorden). Reinsma is hoofdredacteur van het tweemaandelijkse tijdschrift Taal Actief (een uitgave van Kluwer), dat zich richt op mensen, die in hun werk veel met taal te maken hebben.
Van 1970-1973 werkte hij als redacteur bij het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Daarna werd hij projectleider woordenboeken bij Elsevier (1973-1979) en vervolgens bij Het Spectrum (1979-1982).
Hij was jarenlang vaste medewerker van Vrij Nederland, NRC Handelsblad en het NOS-radioprogramma De Taalshow (later omgedoopt tot Wat een Taal). In de seizoenen 1986-1987 trad hij als jurylid op in het KRO-tv programma Cijfers en Letters (presentator Bob Bouma)
Van 1994 tot 1996 was Riemer Reinsma hoofdredacteur van het Van Dale Groot Spel van de Nederlandse Taal (Dick de Rijk Productions) Voor het Van Dale Idioomwoordenboek - verklaring en herkomst van uitdrukkingen en gezegden (1999) verzorgde Reinsma de etymologische verklaringen. De tekstdokter (2003) bevat honderden ingrepen om moeilijke zinnen prettig leesbaar te maken.
In 2005 publiceerde hij bij uitgeverij Contact het boek Wandelen langs de Taalgrens. In 2006 verscheen bij Sdu Uitgevers het boek Van Hier Tot Tokio - Waar komen aardrijkskundige namen vandaan?
Joke Wessels
Kom kennismaken met….
Bernlef
Zaterdag 20 september 2008, 17.00 – 19.00 uur
Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) werd in 1937 in Sint Pancras geboren. Zijn jeugd bracht hij door in Amsterdam-West. In 1949 verhuisde het gezin naar Haarlem. Na zijn eindexamen HBS was Bernlef een half jaar student aan de Politiek Sociale Faculteit in Amsterdam en werkte hij als vrijwilliger in een boekhandel. Hij begon te publiceren tijdens zijn militaire dienst in bladen als Hoos en A Pulp Magazine for the Dead Generation. Zijn eerste dichtbundel Kokkels en de verhalenbundel Stenen Spoelen werden bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs. Samen met G. Brands en K. Schippers richtte hij in 1958 het tijdschrift voor teksten Barbarber op waarvan hij tot de opheffing in 1971 redacteur bleef.
Bernlef publiceerde een groot aantal literaire kritieken, vertalingen (uit het Zweeds, Engels en Duits), romans, poëzie- en verhalenbundels en (muziek)theaterstukken. Hij schreef een groot aantal essays over Laurel en Hardy, film, jazz, architectuur, schilderkunst en literatuur.
Het literaire werk van Bernlef werd vele malen bekroond, onder meer met de Van der Hoogtprijs (voor de dichtbundel Dit verheugd verval), de poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (voor Morene), de AKO-prijs (voor Publiek Geheim), de Vijverbergprijs (voor De man in het midden) en de Diepzeeprijs (voor Hersenschimmen). Voor zijn hele oeuvre ontving hij in 1984 de Constantijn Huygensprijs en in 1994 de P.C. Hooftprijs. Cellojaren werd genomineerd voor de Gouden Uil en de Librisprijs. Morgen is het maandag voor de Librisprijs. Zijn bestseller Hersenschimmen werd verfilmd.
Het werk van Bernlef is zelden autobiografisch. Hij zegt hierover: “Over het algemeen kies ik liever iemand die wat meer buiten mezelf staat. Ik heb het gevoel dat ik dan wat meer artistieke vrijheid heb.” Als thema’s in het werk van Bernlef worden genoemd: waarnemen en herinneren, vervalsen, vergeten en verdwijnen. Kortom de ongrijpbaarheid van de werkelijkheid.
In 2008 schreef Bernlef het boekenweekgeschenk De pianoman, gebaseerd op een waar gebeurd voorval van een persoon, die aangespoeld was op de kust van Kent, niet sprak, maar pianospeelde.
Deze bijeenkomst was eerder op 17 mei gepland maar heeft toen door omstandigheden niet kunnen doorgaan.
Tiny Hazewindus
Kom kennismaken met ...
H.H. ter Balkt
Zaterdag 18 oktober 17.00-1900 uur in de Sociëteitszaal
Ter Balkt werd in 1938 te Usselo, bij Enschede, geboren. Hij werkte in (katoen) fabrieken en op het land. Hierna was hij leerling-journalist bij Dagblad Tubantia en nog later onderwijzer. Sinds 1983 is hij fulltime schrijver. In de loop van zijn literaire leven heeft hij gebruik gemaakt van een tweetal pseudoniemen: Habakuk II de Balker en Foel Oas (in het Twents figuurlijk voor grappenmaker). In 1957 kreeg hij de tweede prijs in de wedstrijd ‘Zijn er nog jonge dichters in Overijssel?’ Daarna is hij nog vele malen bekroond, o.a. met de Herman Gorterprijs, de Henriëtte Roland Holstprijs, de Jan Campertprijs, de Charlotte Köhlerprijs, de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre, dat voornamelijk poëzie omvat.
Zijn monumentale reeks gedichten Laaglandse hymnen beschrijft de Nederlandse geschiedenis en cultuur vanaf de steentijd tot aan de eenentwintigste eeuw. Een bonte stoet individuen komt langs, van Hendrick Avercamp tot Vincent van Gogh, van Erasmus tot Dennis Bergkamp.
Jan Simons
Kom kennismaken met …
H.F. Cohen
Zaterdag 15 november 17.00 – 19.00 uur in de Sociëteitszaal
Professor dr. H.F. (Floris) Cohen (inderdaad, de broer van) werd in 1946 geboren in Haarlem. Hij studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Zijn dissertatie, verschenen in 1974, was getiteld: Om de vernieuwing van het socialisme. De politieke oriëntatie van de Nederlandse sociaal-democratie 1919-1930. Na verbonden te zijn geweest als wetenschappelijk medewerker aan het Museum Boerhaave, werd hij in 1982 benoemd tot hoogleraar geschiedenis van de natuurwetenschap aan de Universiteit Twente. Verder was hij gedurende een aantal jaren medewerker van het dagblad Trouw. Sinds 2007 is hij hoogleraar vergelijkende geschiedenis natuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht. De titel van Utrechtse oratie, op 19 oktober 2007, is interessant: Krasse taal in de Utrechtse aula: Christendom en Islambeschaving in hun verhouding tot het ontstaan van de moderne natuurwetenschap. Dat is ook het thema van zijn wellicht meest bekende boek (verschenen bij Uitgeverij Bert Bakker in 2007): De herschepping van de wereld; het ontstaan van de moderne natuurwetenschap verklaard. Aan de achterflap van dat boek ontleen ik het volgende: Hoe heeft deze omwenteling zich in feite voltrokken? Hoe heeft ze ooit kunnen plaatsvinden? En hoe komt het dat ze in Europa plaatsvond? Allerlei vragen dus, waarop in het genoemde boek uitvoerig wordt ingegaan, en die naar verwachting ook in de voordracht in het AG aan de orde zullen komen.
Frans Schurer
We maakten kennis met H.F. Cohen
Op 15 november j.l. hadden de leden van het Academisch Genootschap Eindhoven en andere belangstellenden gelegenheid kennis te maken met Prof. dr. H.F. Cohen, bijzonder hoogleraar vergelijkende geschiedenis van de natuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Ongeveer veertig personen hebben daarvan gebruik gemaakt. Het impresariaat had Cohen uitgenodigd omdat van zijn hand in oktober 2007 een interessant boek is verschenen getiteld De herschepping van de wereld, met als ondertitel Het ontstaan van de moderne natuurwetenschap verklaard. Ik breng in herinnering dat bijna zestig jaar geleden Dijksterhuis’ De mechanisering van het wereldbeeld uitkwam; Cohens werk staat in dezelfde traditie. De spreker begon zijn voordracht met een uitvoerig citaat van Galileo Galilei (1564-1642), een der coryfeeën van de zeventiende-eeuwse natuurwetenschappers, die de stoot hebben gegeven tot de door Cohen beschreven omwenteling. Aanknopend bij dat citaat werd eerst een schets gegeven van het wereldbeeld van Ptolemaeus: de aarde staat in het middelpunt van het heelal en de hemellichamen (zon, planeten en sterren) draaien om de aarde in cirkels die met constante snelheid worden doorlopen. Dat model heeft eeuwenlang stand gehouden (Pythagoras had overigens bedenkingen), totdat Copernicus (1473-1543) in het jaar van zijn overlijden een boek publiceert waarin hij tot een radicaal andere opvatting komt, namelijk dat de zon het middelpunt van het heelal is en dat de aarde, evenals de andere planeten, zich in cirkelvormige banen daar omheen bewegen. Zoals bekend huldigt Galilei deze opvatting, en dat brengt hem in conflict met de Rooms-katholieke kerk. Vanuit de zaal werd geopperd dat de ‘gerechtelijke’ procedure tegen Galileis ideeën slechts een juridische vondst was ‘om erger te voorkomen’; immers, Galilei zou het toen buitengewoon speculatieve atomisme hebben aangehangen en dat laatste vormde een regelrechte bedreiging van centrale katholieke leerstukken inzake ‘transsubstantiatie’ en ‘realis presentia’ die sinds de natuurfilosofie van Thomas van Aquino standaard waren in het toenmalige Christelijke gedachtegoed. Vervolging in deze kwestie zou de dood hebben betekend. Cohens antwoord: dat was tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw een der hypothesen; tegenwoordig gaat men er vanuit dat het dispuut echt om de beweging van de aarde rond de zon ging. Naast Galilei werd door Cohen uiteraard ingegaan op het werk van de beroemde Oostenrijkse astronoom Johannes Kepler (1571-1630). Een zijner belangrijkste resultaten is dat de planeten elliptische banen beschrijven, waarbij de zon in een der brandpunten staat, en dat deze banen niet met constante snelheid worden doorlopen maar zodanig dat de zogenaamde ‘perkenwet’ geldt. Aan de basis van de wetenschappelijke revolutie staat, naast de twee genoemden, ook René Descartes (1596-1650): natuurwetenschapper, wiskundige en filosoof. In die laatste hoedanigheid is hij de grondlegger van het rationalisme; deze denkwijze is de voedingsbodem waarop nieuwe ideeën, andere manieren van aanpak (o.a. modelvorming waarbij kwantitatieve aspecten en wiskunde een rol spelen) wortel kunnen schieten in het West-Europa van de zeventiende eeuw. Tot die andere manieren van aanpak behoort ook het doen van experimenten, het interpreteren van de resultaten daarvan en het vervolgens opzetten van een, zo mogelijk, wiskundige theorie die absoluut geldig is onder ideale omstandigheden (bijvoorbeeld wanneer er geen sprake is van luchtweerstand), een ‘bottum-up’ benadering dus, in tegenstelling tot die van de zogenaamde Alexandrijnse school die veel minder op de realiteit was gericht en vóóraf van wiskundige hypothesen uitging. De vervolmaking van de omwenteling in de natuurwetenschap in de zeventiende eeuw krijgt zijn beslag door het baanbrekende werk van Isaac Newton (1642-1727). Hetgeen hier is betoogd, is door Cohen in meer detail behandeld in zijn voordracht. De omstandigheden in West-Europa waren destijds kennelijk gunstig om een doorbraak in de natuurwetenschap te bewerkstelligen; geen ‘trendwatcher’ in 1600 had dat echter kunnen voorzien. Natuurlijk waren er ook andere factoren die een rol speelden, bijvoorbeeld het einde van de dertigjarige oorlog in 1648 (de vrede van Westfalen) en de oprichting van twee geleerde genootschappen, de Royal Society for the improvement of natural knowledge by experiment in Londen en de Académie Royale des Sciences in Parijs. Een stimulans voor de verdere ontwikkeling van de natuurwetenschap was ook het maatschappelijk nut – een verhoging van de welvaart – dat men van nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen verwachtte. Naar aanleiding van vragen uit de zaal is Cohen na de pauze kort ingegaan op de kwestie waarom de aangeduide ‘herschepping van de wereld’ niet is voortgekomen uit de Islambeschaving die ongeveer rond het jaar 1000 op zijn hoogtepunt stond, een peil dat West-Europa pas aan het eind van de zestiende eeuw bereikte. Hij zoekt een verklaring daarvan in de brute invallen en plundertochten in de wereld van de Islam, als gevolg waarvan de beschaving grotendeels teloor is gegaan; door het in zichzelf gekeerd raken onder invloed van de godsdienst heeft de ontwikkeling aldaar blijvende stagnatie opgelopen.
Ter afsluiting merk ik op dat Cohen de aanwezigen deelgenoot heeft gemaakt van zijn passie voor dit onderwerp, dat er ademloos naar hem is geluisterd en dat er tijdens zijn lezing een aantal interessante vragen is gesteld waarop door hem is ingegaan in een soms bijna niet te stuiten woordenstroom. In mijn dankwoord aan Cohen heb ik ook even dat aspect genoemd, gebruikmakend van een variant op de bekende regel van A. Roland Holst: ‘O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen!’, gebezigd als typering voor Simon Vestdijk.
Frans Schurer
Kom kennismaken met...
Herman Franke
Zaterdag 24 januari 2009, 17.00 – 19.00 uur, Sociëteitszaal
Herman Franke werd in 1948 geboren in Groningen. Hij begon zijn schrijverscarrière als stadsverslaggever bij het Nieuwsblad van het Noorden. In Groningen en in Amsterdam studeerde hij sociologie. Al kort na zijn afstuderen (cum laude) begon hij in dag- en weekbladen te publiceren over tal van onderwerpen. In het begin van de jaren tachtig schreef hij De dood in het leven van alledag, zijn eerste non-fictieboek, over de inhoud van rouwadvertenties (vanaf eind 18e eeuw) en de afschaffing van lijf- en doodstraffen in Nederland. Het is een analyse van de veranderende houding ten opzichte van de dood in onze samenleving.
Franke ontwikkelde zich daarna tot een vooraanstaand criminoloog. Hij verwierf bekendheid met opiniestukken in dagbladen, televisiedebatten en boeken over de geschiedenis van misdaad en straf. In 1995 werd de Engelse vertaling van zijn (cum laude) proefschrift Twee eeuwen gevangen door de American Society of Criminology bekroond als beste buitenlandse studie.
In de jaren negentig besloot hij zijn wetenschappelijke/criminologische carrière op te geven om zich volledig aan de literatuur te kunnen wijden. In 1992 debuteerde hij met de roman Weg van loze dromen: over de macht van religie en ideologie, over liefde en trouw. De verbeelding, zijn derde roman, zorgde in 1998 voor zijn doorbraak bij het grote publiek en leverde hem de Generale Bank Literatuurprijs op (nu: AKO-prijs). De grote roman Wolfstonen (2003) beschrijft op spannende wijze en met empathie de lotgevallen van bewoners van een appartementencomplex, steeds vanuit hun eigen perspectief. Het zijn geschiedenissen van mannen en vrouwen met ieder hun eigen verleden (het leverde hem een nominatie op voor de Libris Literatuurprijs 2003). Herman Franke publiceerde ook verhalen en essays over verschillende culturele onderwerpen in onder andere Maatstaf, Het oog in ’t zeil, Trouw, NRC Handelsblad, De Volkskrant. Van een bekend criminoloog werd hij een nog bekendere schrijver.
Netty Bloembergen
Kom kennismaken met...
Gerda Meijerink
Zaterdag 28 februari 2009, 17.00 – 19.00 Sociëteitszaal
Leven, schrijven en vertalen. Een stukje leven van Gerda Meijerink.
“Ik ben van voor de oorlog, geboren in 1939 om precies te zijn. Aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug, waar ik opgroeide, was de oorlog redelijk goed door te komen. Wel herinner ik me mijn angst voor het gebrom van de honderden geallieerde vliegtuigen die over ons huis vlogen, richting Duitse steden, om ze plat te gooien. Maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet. Af en toe viel er ergens in de buurt een bom. Af en toe werden we bedreigd door een onklaar geraakte V2-raket.
Tijdens mijn middelbare schooltijd was Engels mijn favoriete vak. Door de Engelse taal ging de wereld voor je open. Amerika was mijn grote droom. Duits begon me pas helemaal op het laatst te interesseren, toen ik Nathan der Weise van Lessing las, de vrijheidsidealen in de toneelstukken van Schiller leerde kennen. En vooral nadat ik Die weisse Rose had gelezen, het verhaal van Inge Scholl over haar door de nazi’s geëxecuteerde broer en zus, die met andere studenten een verzetsgroep hadden gevormd. Dat kwam allemaal heel erg tegemoet aan mijn behoefte de wereld wat filosofischer en relativerender te bekijken: ik had al jong niet veel op met de vaststaande normen en waarden die de jaren vijftig beheersten. Bovengenoemde literatuur – Heinrich Heine kwam er al spoedig bij – hielp me mijn eigen weg te kiezen.
Nadat ik een jaar eerst in Duitsland, daarna in Engeland in de horeca had gewerkt, ben ik in Groningen Duits gaan studeren. Dat de keuze op Duits viel, stuitte bij sommigen in mijn omgeving op onbegrip. Maar als ik duidelijk maakte dat er toch iemand moest zijn die de Duitse taal beheerste om de naoorlogse Duitser goed in de gaten te kunnen houden, was de vragensteller over het algemeen tevreden.
Al na twee jaar studie ging ik lesgeven. In de jaren zestig was er een enorm lerarentekort, vooral voor Duits, en studenten werden uit de collegebanken geplukt om in de behoefte te voorzien. Na voltooiing van mijn studie trok ik weer naar het westen, werkte tegelijkertijd aan lycea in Badhoevedorp en Amsterdam. Na een paar jaar kwam er een derde baan bij aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik een dag in de week algemene onderwijskunde doceerde. Halverwege de jaren zeventig zegde ik de schoolbanen op en doceerde halftime Duits aan de universiteit Utrecht en halftime onderwijskunde aan de UvA. Een druk leven, maar ik had toch nog tijd over om vanaf halverwege de jaren zeventig regelmatig recensies te schrijven voor Vrij Nederland en ook af en toe een groot interview met Duitse schrijvers te maken voor dat weekblad. Zo sprak ik uitvoerig met o.a. Heinrich Böll en Günther Grass. In 1985 publiceerde ik tussen de bedrijven door ook nog een roman.
Pas aan het eind van de jaren zeventig begon ik naast al die dingen met het vertalen van Duitstalige literatuur. Mijn eersteling was Paare Passanten van Botho Strauss, een niet bepaald gemakkelijke tekst. Al typend op een heel gewone schrijfmachine, corrigerend met witsel, de eerste versie van de vertaling nog een keer helemaal over typend – oorzaak van veel nek- en schouderklachten – kwamen zo een aantal vertalingen tot stand, met voor mij als hoogtepunt van mijn kunnen – en gelukkig ook erkend door critici en vakgenoten – de vertaling van Eckermanns Gespräche mit Goethe voor Privé-domein. Sinds ik begin jaren negentig met vervroegd pensioen kon gaan, heb ik zo’n vijftig titels vertaald voor diverse uitgeverijen. Qua verkoopcijfers erg succesvol waren De voorlezer van Bernhard Schlink en Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier. Maar vele door mij vertaalde prachtboeken hebben het Nederlandse publiek nauwelijks bereikt. Hoewel er inmiddels wel weer meer vertaald Duits wordt gelezen en uitgegeven.
En wat doe ik verder nog? Ik ben sinds dertig jaar bestuurslid van het Genootschap Nederland-Duitsland en ik ben voorzitter van het Genootschap Nederland-Aruba. De meeste tijd gaat momenteel zitten in mijn voorzitterschap van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers, maar na zes jaar treed ik komende zomer af. Dan heb ik meer tijd voor… nou ja, ook voor vertalen en schrijven, maar vooral voor mijn kleindochtertjes. Ik verheug me er geweldig op.”
Gerda Meijerink
Kom kennismaken met…
Doeschka Meijsing
Zaterdag 28 maart 2009, 17.00 - 19.00 uur
Doeschka Meijsing werd op 21 oktober 1947 geboren in Eindhoven. Zij is de oudere zus van schrijver Geerten Meijsing en filosofe Monica Meijsing. Zij studeerde Nederlands en Literatuur Wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Deze roman- en verhalenschrijfster debuteerde met de Borghesiaanse bundel De hanen en andere Verhalen (1974) en groeide uit tot een van de vooraanstaande ‘Academisten’, redacteuren van het tijdschrift De Revisor, die onder invloed van Nabokov en Calvino zeer gestructureerde boeken over de verhouding tussen verbeelding en werkelijkheid schreven. Meijsings personages zijn vaak buitenstaanders, die verkommeren door eenzaamheid. Zoals Robinson uit de gelijknamige roman uit 1976, die in haar laatste jaar op de middelbare school verstikt wordt door haar eigen (biseksuele) liefdes en die van haar naasten. In de jaren 80 hield Meijsing op met het schrijven van wat zij ‘filosofische boekjes’ noemde’ en richtte zij zich, in navolging van haar nieuwe voorbeeld Greene op ‘rechttoe-rechtaan’ romans over morele en emotionele kwesties.
In De weg naar Caviano (1996) beschrijft ze hoe een vriendengroep uit elkaar valt na de geheimzinnige verdwijning van een van de leden. Het boek De tweede man (2000) is een eigentijdse roman, waarin het mysterie van De Dode Zee-rollen en de verhalen over Alexander de Grote worden verwerkt.
Het laatste boek Over de liefde (2008) laat zich lezen als een sleutelroman. Vooral dank zij de stijl is dit boek zeer goed ontvangen. Zij ontving hiervoor de AKO Literatuurprijs en de
Bordewijkprijs 2008
Joke Wessels
Kom kennismaken met .....
Douwe Draaisma
Zaterdag 25 april 2009, 17.00 - 19.00 uur
Sinds Prof. dr. D. Draaisma (1953) het boek Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt schreef, is hij een veelgevraagd spreker. Hij studeerde psychologie en filosofie aan de Rijks Universiteit Groningen (RUG). De bekende hoogleraar Piet Vroon (inmiddels overleden) was zijn promotor. De ondertitel van het proefschrift, verdedigd aan de Universiteit Utrecht, luidde Een geschiedenis van het geheugen. Momenteel is Draaisma bijzonder hoogleraar geschiedenis van de psychologie aan de RUG. Hij schreef ondermeer Ontregelde geesten, door ziekten als Parkinson, Korsakov, Alzheimer, Lombroso en Asperger. Een vroegere publicatie van hem gaat over de psycholoog-filosoof Gerard Heymans (1857-1930), onder andere bekend van de zogenaamde karakterkubus van Heymans. Draaisma's recente boek is getiteld De heimweefabriek (2008), daarover zal zijn hier aangekondigde voordracht gaan; ondertitel Geheugen, tijd en ouderdom. Uit een recensie van dat boek door Kiki Coumans komt het volgende citaat: 'De heimweefabriek concentreert zich met name op de werking van het geheugen in de loop van een mensenleven, en op de effecten van ouderdom op het geheugen. Kern vormt het reminiscentie-effect. Dat is het verschijnsel dat mensen ongeacht hun leeftijd meestal de meeste herinneringen hebben aan gebeurtenissen zo tussen het vijftiende en dertigste levensjaar. Draaisma haalt er een scala aan bekende en onbekende mensen bij (schrijvers, sportmannen, 100-jarigen) om dit verschijnsel te illustreren'.
De gemiddelde leeftijd van de aanwezigen bij de 'Kom kennis maken' lezingen is vrij hoog. Gelet hierop is Draaismas onderwerp bijzonder interessant voor deze categorie. Misschien zegt hij ook iets over het nut van vitaminepreparaten ter vroegtijdige bestrijding van dementie; dat is dan voor jongeren weer van belang om op 25 april van de partij te zijn.
Frans Schurer
Kennis gemaakt met...
Judith Koelemeijer op zaterdag 16 mei 2009
Schrijfster van literaire non-fictie
Alvorens een schrijver in te leiden, doet men er verstandig aan van zijn werk kennis te nemen. Bij Judith Koelemeijer kostte mij dat betrekkelijk weinig tijd en het was ook niet zo moeilijk: haar literaire oeuvre beperkt zich tot twee boeken die goed toegankelijk zijn. In 2001 debuteerde zij met #Het zwijgen van Maria Zachea# dat, ook tot haar eigen verrassing, veel succes had en de NS Publieksprijs verwierf. Jan Blokker, gezaghebbend recensent, stelde deze "ware familiegeschiedenis" in een bepaald opzicht zelfs boven het bekende #De eeuw van mijn vader# van Geert Mak, een oordeel overigens dat ik niet deel. Schets van de inhoud. Nadat Maria Zachea, de oma van Judith, een beroerte heeft gehad, besluiten haar twaalf kinderen haar beurtelings thuis te verplegen. Zij doen, ieder vanuit haar of zijn perspectief, in afzonderlijke hoofdstukken verslag van het verzorgen van hun moeder en kijken terug op het leven dat ze achter zich hebben. Maria Zachea hult zich na haar ziekte in een mysterieus stilzwijgen; het wordt niet duidelijk of zij bewust van spreken afziet of dat zij daartoe niet meer in staat is.
In de voordracht van 16 mei jongstleden stond schrijfsters tweede boek #Anna Boom# centraal; #Het zwijgen# is slechts zijdelings aan de orde geweest. #Anna Boom# is het relaas van een boeiend, lang en veelbewogen leven van een vrouw op zoek naar zelfstandigheid en zingeving in haar bestaan. In eerste instantie is ook Anna, in contact gekomen met mevrouw Koelemeijer via een van haar ooms, weinig genegen daarover te praten. Maar allengs slaagt Judith erin die barrière te slechten, door dat wellicht traumatische stilzwijgen heen te breken, en Anna Boom over te halen openhartig over haar leven en haar drijfveren te vertellen; ook krijgt zij inzage in haar correspondentie en dagboeken. De schrijfster heeft de aanwezigen de hier aangeduide ontstaansgeschiedenis van het boek geschetst en, door het voorlezen van passages, een indruk gegeven van de inhoud ervan. Zij heeft dat mijns inziens voortreffelijk gedaan: een geboren vertelster! Voor wie haar boeken reeds gelezen had, bracht de voordracht echter weinig nieuws.
Na de pauze kwamen haar ervaringen in de journalistiek aan bod gedurende het eind van de jaren negentig: de stage bij #De Groene Amsterdammer# (Martin van Amerongen, hoofdredacteur, was haar begeleider) en haar medewerking aan de kunstredactie van #De Volkskrant#. Vervolgens, het was toen al ruim 18.30 uur, was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Een daarvan: heeft zij het schrijven van fictie overwogen? Uit het antwoord daarop bleek dat mevrouw Koelemeijer zich het beste thuis voelt in het door haar beoefende genre, literaire non-fictie, en dat zij inmiddels daarover een nieuw boek in voorbereiding heeft.
´Oral history´vergt een nauwkeurige studie van de feiten en gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden; op het geheugen van de dramatis personae mag men zich niet blindelings verlaten. Dat verklaart ook waarom #Anna Boom# zoveel tijd heeft gekost: begonnen in 2002, verschenen in 2008.
Al met al was het een boeiende namiddag, waarbij de uitstekende presentatie van mevrouw Koelemeijer op mij de meeste indruk heeft gemaakt.
Frans Schurer
Kom kennismaken met...
Ricus van de Coevering
Zaterdag 20 juni 2009, 17.00 - 19.00 uur
Ricus van de Coevering, geboren in Asten in 1974, volgde de lerarenopleiding economie in Nijmegen en studeerde ook in Brighton. Hij gaf les in economie en wiskunde. Reisde en verbleef ondermeer in India, Rusland (waar hij een bedrijfje had) en Vietnam. Vanaf 2000 verschenen van zijn hand voornamelijk korte verhalen in tijdschriften en bundels: Wilde Bloemen (2000), Grafkruid (2001), In de geest van Artemisia Absinthium (2002), Het Petchery Klooster (2003), Sluit de hekken (2004), De groene fee (2005), Tijdloos schrijven (voorpublicatie van zijn roman Sneeuweieren (2007), Auditie (2008). Sneeuweieren (in 2007 uitgegeven bij Van Gennep) is zijn eerste roman, die door recensenten in ondermeer NRC en Het Parool als het meest belovende debuut van dat jaar werd genoemd.
Ontmoet Ricus van de Coevering op zaterdag 20 juni, 17.00-19.00 uur in de sociëteitszaal van het AG.
Kom kennismaken met ... Suzanna Jansen
Zaterdag 26 september 2009, 17:00-19:00 uur
Geboren in Amsterdam in 1964, volgde zij eerst een balletopleiding van 1983-1985. Daarna een studie Communicatie aan de HEAO Utrecht. Zij was projectleider bij een marketing- en mediabedrijf en in de jaren negentig nauw betrokken bij de oprichting van Independent Media van uitgever Derk Sauer in Moskou. Voor dit bedrijf werkte zij twee jaar in Moskou. Nadien, in 1997, stapte ze over naar de journalistiek, eerst voor VPRO en VRT documentaires en later als correspondent van het Belgische dagblad De Morgen en als free lancer voor onder andere NRC Handelsblad, HP/De Tijd en Opzij. Ook schreef zij reportages voor Trouw en Intermediair. Door deze laatste werkzaamheden raakte zij geïnteresseerd in de vroegere bedelaarskoloniën van Veenhuizen en haar drie generaties lange familiegeschiedenis aldaar. Dit resulteerde in haar bestseller Het Pauperparadijs, een familiegeschiedenis, verschenen in 2008. Dit boek was als één van de vijf uit 282 historische boeken genomineerd voor de Grote Geschiedenis Prijs 2008 en het kwam op de longlist van de Gouden Uil prijs.
Jan Simons

Kom kennismaken met... Gerbrand Bakker
Zaterdag 24 oktober 2009, 17:00-19:00 uur
Hij werd geboren in 1952 in Wieringerwaard. Na het VWO, volgde hij de studies Cultureel werk aan de Agogische Academie te Leeuwarden en Nederlandse Taal en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft, zonder succes overigens, tijdens zijn studietijd geprobeerd kinderboeken te schrijven en na zijn afstuderen, wel succesvol, etymologische woordenboeken voor kinderen samengesteld. Ook verscheen er van zijn hand in 1999 een jeugdroman Perenbomen bloeien wit, die in 2007 opnieuw werd uitgegeven.
Gebrand Bakker was destijds geen fulltime schrijver. Hij werkte van 1995 tot 2002 als ondertitelvertaler, bij voorkeur voor natuurfilms. Het is eigenlijk niet zo verwonderlijk, gezien de titel van zijn jeugdroman en zijn voorkeur voor natuurfilms, dat hij besloot om een avondopleiding tot hovenier te gaan volgen die hij in 2006 succesvol afsloot.
In 2006 verscheen zijn eerste boek voor volwassenen Boven is het stil, dat bekroond werd met het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut. Ook kwam het boek door de selectie voor de reeks 'Schrijvers van nu' en werd het genomineerd voor de Anton Wachter Prijs en voor de Libris Literatuur Prijs. Naast al deze huldeblijken werd het boek nog bekroond met de Debutanten Prijs (2006), een nominatie voor de Selexyz Debuutprijs (2007) en won het de Boekdelenprijs 2008 voor het 'Leesclubboek van het jaar'. Het boek werd al in tien talen vertaald
Jan Simons
Kom kennismaken met... Anneke Brassinga
Zaterdag 28 november 2009, 17.00 - 19.00 uur
Anneke Brassinga werd op 20 augustus 1948 in Schaarsbergen geboren. Ze is een Nederlands dichter, prozaïst en vertaler. Ze debuteerde in 1987 met de bundel Aurora en als romanschrijfster in 1993 met Hartsvanger. Ze verwierf bovendien bekendheid met haar vertalingen van werken van onder meer Vladimir Nabokov, Oscar Wilde, Sylvia Plath, Jules Verne en W.H. Auden. Haar thema's zijn de natuur, de liefde en de taal. Zij wordt vaak geroemd om haar rijke woordenschat, evenals haar taalvaardigheid.
Haar werk werd bekroond met de volgende prijzen:
Herman Gorterprijs voor de dichtbundel Landgoed in 1990. Paul Snoekprijs voor de dichtbundel Huisraad in 2001. Ida Gerhardt Poezieprijs voor de dichtbundel Verschiet in 2002. VSB Poëzieprijs voor dezelfde bundel eveneens in 2002. Anna Bijnsprijs voor de dichtbundel Timiditeiten in 2005. Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre in 2008.
Kom kennismaken met... Willem Jan Otten
Zaterdag 16 januari 2010, 17.00-19.00 uur
De eerste voordracht in 2010 in deze reeks vindt reeds plaats op zaterdag 16 januari. Spreker is de schrijver en dichter Willem Jan Otten (1951). Hij debuteerde in 1973 als dichter met de bundel Een zwaluw vol zaagsel, bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs. Sindsdien heeft hij een veelzijdig en omvangrijk oeuvre opgebouwd van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, beschouwingen en essays. Enkele titels: Henry II (toneelstuk), Een man van horen zeggen (roman), Het wonder van de losse olifanten (essay, geschreven naar aanleiding van zijn overgang tot de katholieke kerk). Zijn meest recente poëziebundel Welkom is verschenen in 2008. Ottens werk heeft inmiddels ruime erkenning gevonden; zo werd hem in 1994 de Busken Huetprijs toegekend voor zijn essaybundel De letterpiloot en in 1999 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre. Daarnaast ontving hij in 2005 de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman Specht en zoon . Het is het verhaal van de portretschilder Felix Vincent die van de rijke industrieel Valéry Specht de opdracht krijgt zijn gestorven zoon te schilderen.
Willem Jan Otten is getrouwd met de schrijfster Vonne van der Meer.
Frans Schurer
Kom kennismaken met... Kees van Beijnum
Zaterdag 27 februari 2010, 17.00 - 19.00 uur
De moeder van de rasechte Amsterdammer Kees van Beijnum (1954) had een café in de buurt van de Zeedijk. Zijn boek Dichter op de Zeedijk (1995) is een allusie naar die illustere omgeving en de wortels van zijn schrijverschap liggen onmiskenbaar daar. Hij debuteerde in 1991 met de misdaadroman Over het IJ. De reconstructie van een moord . Daarnaast schreef hij onder andere De oesters van Nam Kee (2000), Het verboden pad (2004) en Paradiso (2008). Een aantal van genoemde boeken is verfilmd. Bij de televisiefilm De langste reis (1996), gebaseerd op de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn, was hij ook betrokken; het scenario daarvoor was van zijn hand. In 2009 kwam Zoon van uit, een speciale uitgave van De Bijenkorf in het kader van de literaire boekenmaand.
Frans Schurer
Kom kennismaken met... Willem van Toorn
Zaterdag 27 maart 2010, 17.00-19.00 uur
Willem van Toorn (Amsterdam, 1935) is dichter, schrijver en vertaler. Hij publiceerde een groot aantal romans en verhalen- en gedichtenbundels, en was redacteur van het literaire tijdschrift Raster. Zijn roman Een leeg landschap (1988) werd genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs en de roman Het verhaal van een middag (1994) voor de Libris-Literatuurprijs. Voor zijn poëzie ontving hij de Jan Campertprijs, de Herman Gorterprijs en de A.Roland Holst-penning.
Van Toorn heeft poëzievertalingen gemaakt van het werk van W.S.Graham en Cesare Pavese. Ook heeft hij veel proza vertaald: uit het Duits werk van Klaus Mann, Stefan Zweig en Franz Kafka (met Gerda Meijerink) en uit het Engels romans van onder andere Aldous Huxley, Christopher Isherwood en John Updike.
In de komende jaren werkt de schrijver aan een biografie over Emmanuel Querido, de grondlegger van de in 2015 honderd jaar bestaande uitgeverij.
Verteltalent maakte van zijn meest recente roman Stoom (2005) een succes: de roman werd een aantal malen herdrukt. Een nieuwe dichtbundel De hofreis verscheen in 2009. En zijn meest recente publicatie is de verhalenbundel De geur van gedroogde appels (2010), goed ontvangen door de pers.
Willem van Toorn speurt in zijn oeuvre naar wat hij de "kieren in de werkelijkheid" noemt.
Netty Bloembergen
Kom kennismaken met... Elsbeth Etty
Zaterdag 24 april, 17.00-19.00 uur
Elsbeth Etty is waarschijnlijk het meest bekend door haar bijdragen aan NRC Handelsblad. Zij schrijft daarin wekelijks een column, altijd lezenswaardig en vaak tot tegenspraak prikkelend, en bovendien maakt zij deel uit van de redactie Boeken, het katern van genoemde krant dat elke vrijdag verschijnt. Naast dit journalistieke en literair kritische werk is zij sinds 1 september 2004 bijzonder hoogleraar Literaire Kritiek aan de Faculteit der Letteren van de Vrije Universiteit Amsterdam. Etty is geboren in 1951, studeerde Nederlandse taal en letterkunde, en was medewerker van het communistische blad De Waarheid gedurende de periode 1973-1983. Van haar publicaties noem ik haar monumentale biografie over Henriëtte Roland Holst (1869-1952), verschenen in 1996, met als ondertitel Liefde is heel het leven niet (een verwijzing naar het platonische huwelijk van 'tante Jet' met Richard Roland Holst). Etty is op dit proefschrift in 1996 cum laude gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht. De columns van Etty behandelen een breed scala aan onderwerpen, onder andere feminisme, politiek, vrijheid van meningsuiting en religieus fanatisme. Veel van haar columns zijn gebundeld. Enkele titels zijn: Een koe op zolder (2001), Het ongeloof (2006) en Chilling! (2008). Waarover Etty het precies zal hebben is nog niet bekend, maar het zal duidelijk zijn dat zij kan putten uit een veelheid van onderwerpen: haar verleden als lid van de CPN, haar kennis betreffende de dichter en gedreven politica Henriëtte Roland Holst, haar werk als columniste en literair criticus. Deze voordracht vindt plaats in het kader van het lustrum van het Academisch Genootschap.
Frans Schurer
Kom kennismaken met... Joosje Lakmaker
Zaterdag 29 mei, 17.00 - 19.00 uur
Joosje Lakmaker studeerde psychologie en Slavische talen. Ze werkte in de politiek en de vakbeweging. Ze debuteerde met het boek Voorbij de Blauwbrug , een roman over het veel bewogen leven van haar Joodse grootvader Leman Lakmaker. Door haar vader werd nooit gesproken over haar grootvader. Het enige wat Joosje Lakmaker van haar grootvader wist, was dat hij in 1942 in Auschwitz was omgekomen.
In de speurtocht naar de verzwegen geschiedenis maakt de schrijfster haar lezers intens deelgenoot van het dagelijkse leven in de roerige periode tussen 1885 en 1942. Zij schetst zijn bestaan en verbeeldt tegelijk de Joodse wereld van diamantbewerkers, sigarenmakers en mandenmakers. Leman Lakmaker was een enorme doorz
etter. Hij groeide op in een analfabeet arbeidersgezin en liet zijn milieu en Joodse geloof achter zich. Hij werd socialist en uitgever. Een opstrever noemde hij zichzelf. Hij was een idealist en vooral een optimist.
Door de stijl, de toon en de verbeeldingskracht van Joosje Lakmaker is het een meeslepend en ontroerend boek.
Joke Wessels
Kom kennismaken met... Jan Blokker jr.
Zaterdag 3 juli, 17.00-19.00 uur
De laatste voordracht van dit seizoen in de reeks Kom kennismaken met... vindt plaats op zaterdag 3 juli. Spreker is Jan Blokker jr., geboren in Amsterdam in 1952, zoon van de beroemde Jan Blokker. Hij is historicus en publicist en schrijft ook gedichten.
We laten hem zelf aan het woord:
"Van huis uit en van geboorte ben ik leraar geschiedenis. Ik heb vele jaren voor de klas gestaan, daarbij en daarna ben ik lange tijd schoolleider geweest op verschillende scholen. Sinds 2006 ben ik freelance publicist, spreker en schrijver over die onderwerpen waarin ik mij tijdens mijn carrière als werknemer in loondienst bekwaamd heb: ik publiceer over allerlei historische onderwerpen, over het onderwijs, in het bijzonder al die verschillende pogingen om het onderwijs steeds maar weer te vernieuwen naar de mode van de dag, en over onderwijsmanagement. Ik geef lezingen en ik lever op verzoek mijn bijdrage aan workshops voor onderwijsgevenden, managers, ambtenaren, politici en allerlei andere gezelschappen.
Naast mijn boekpublicaties schrijf ik bij gelegenheid in kranten en tijdschriften.
Ik ben beschikbaar voor opdrachten en projecten..."
Jan Blokker jr. is een van de drie historici Blokker die populair zijn geworden met het voor een groot publiek toegankelijk maken van onze vaderlandse geschiedenis. Zo schreef vader Jan Blokker samen met zijn zoons Jan Blokker jr. en Bas Blokker in 2005 het geschiedkundige werk Het vooroudergevoel (Over de vaderlandse geschiedenis, met schoolplaten van Johan Herman Isings). In 2006 publiceerde het trio Er was eens een God , waarin ze veel verhalen uit de Bijbel hervertellen en in een historische context plaatsen.
Daarna verscheen in 2008 Nederland in twaalf moorden .
En op 29 maart 2010 vond onder grote belangstelling de presentatie plaats van het nieuwste boek van Jan Blokker jr.: Oorlog in je achtertuin , geschreven in opdracht van de provincie Utrecht.
In dit boek beschrijft Jan Blokker de verhalen van de bewoners uit het gebied van de Grebbelinie tijdens de mobilisatie, evacuatie en de meidagen van 1940. Het boek is gebaseerd op interviews met mensen die rond dat jaar in het gebied woonden.
Netty Bloembergen